Horseman op bezoek bij 't Leeuwerikenhof: "De klik moet er zijn" (Deel 2)

Reportage
28 jun 2017
Door Horseman Arnout
img_0042_2.jpg

Vorige week kon je hier bij Horseman lezen over de sportactiviteiten van ’t Leeuwerikenhof. Vandaag vertelt Joy Demuynck meer over het fokkerijgedeelte en de opleiding van de jonge paarden.

Dat het niet eenvoudig is om sport en fokkerij te combineren is een feit. Merries die in de sport lopen, kunnen vaak niet tegelijk een veulen baren. Andersom is het voor fokmerries vaak ook niet mogelijk in optimale omstandigheden getraind te worden, laat staan dat ze op wedstrijd potten kunnen breken. Dat is iets waar ook de familie Demuynck al de nodige ervaring in heeft. “Als we iets doen, willen we het goed doen. Sportmerries lopen in de sport, fokmerries worden ingezet in fokkerij. Dat is de manier om resultaten te boeken en natuurlijk speelt het kostenaspect daarin mee. Embryotransplantatie is immers altijd een mogelijkheid, maar dan valt de factuur direct ook een pak hoger uit. Dit jaar zijn er uitzonderlijk maar drie veulens te verwachten, normaal schommelt dat aantal rond de vijf. Er is één merrie die we inzetten via embryotransplantatie, dat is Urquelle Deux van het Polderhof (v. Tenor Manciais). Zij is de grootmoeder van onze goedgekeurde hengst Aimar van het Polderhof (v. Kashmir van Schuttershof), maar ook van heel wat van onze andere toppaarden. In totaal zal zowat de helft van onze paarden uit die stam komen. Ik denk dat het dus terecht is dat ik Urquelle onze stammoeder noem,” lacht Joy.

Toekomstmuziek

Toch begint de tijd ook te wegen voor deze topmerrie. “Ze heeft dit jaar de gezegende leeftijd van twintig lentes bereikt. Ze wordt dan ook niet meer zelf in de fokkerij ingezet, maar enkel via embryotransplantatie. Het is zaak van de merrie zelf niet te veel te laten afzien en er toch nog zoveel mogelijk genetisch materiaal uit te halen. Gelukkig hebben we daarnaast hebben nog vier andere merries die bij ’t Leeuwerikenhof de dienst uitmaken. Dat is eerst en vooral Dolores van ’t Paradijs (v. Quick Lauro Z). Zij is de moeder van onder meer Gladiator van ’t Paradijs (v. Shindler De Muze), winnaar van de Queens Cup in Mechelen met Elisa Strubbe, maar ook van Happiness van ’t Paradijs (v. Obourg), die met Daniel Deusser mooie dingen heeft laten zien en nu verkocht is naar de VS. Uit diezelfde fokkerij hebben we ook Wolga-Lore van ’t Paradijs. Zij is een dochter van Nabab de Rêve uit de moederlijn waar ook Jeunesse van ’t Paradijs (v. Emerald N.O.P.) en de goedgekeurde hengst Echo van ’t Spieveld (v. Heartbreaker) uit voortkomen. Een Artos Z-dochter die zelf erg goed sprong bij de vierjarigen bleek zelf iets te moeilijk om op hoog niveau actief te kunnen zijn, maar in de fokkerij heeft ze al goede nakomelingen gegeven van onder andere Bamako De Muze (v. Darco) en van onze eigen Aimar. Ze komt zelf ook uit een leuke Westfaalse moederlijn, dus dat is ook veelbelovend. Tot slot is er nog het Juniorenpaard van mijn zus Chloë. Aangezien zij zelf gestopt is met rijden, is de merrie ook de fokkerij ingegaan. Zij is een dochter van de KWPN-hengst Guidam. De opvolging lijkt dus wel verzekerd. Als je dat allemaal gaat optellen dan zijn dat toch weer een heleboel veulens en jonge paarden.”

Hengstenkeuze

“Aangezien we eigenlijk fokken met merries die al veel veulens gegeven hebben, kunnen we voor de hengstenkeuze heel selectief te werk gaan”, weet Joy. “Voor de merries met veel bloed gebruiken we hengsten die zelf vaak wat koeler zijn, zoals bijvoorbeeld onze eigen Aimar, die we al veel gebruikt hebben. Ook zijn vader Kashmir hebben we veel gebruikt op Urquelle die nogal kort is, maar wel heel voorzichtig. Dan denk ik ook aan zijn zoon Ducati van Schuttershof, uit de moederlijn van Qerly Chin. Een heel groot paard, maar wel met de juiste hoeveelheid bloed. Het is dus echt de bedoeling om de minpunten van de merrie zoveel mogelijk te compenseren. Ook Nabab de Rêve, Thunder van de Zuuthoeve, Cicero Van Paemel en Emerald zijn al de revue gepasseerd. Nu ik het zo bekijk, zijn het toch vooral hengsten die al iets bewezen hebben.”

Selectieproces

Fokken is en blijft natuurlijk wel gokken. Het is een platitude, maar die bevatten vaak een bron van waarheid. Door met bewezen lijnen te fokken, vergroot je misschien wel de kans op een uitschieter, maar niet elk paard is even goed. Hoe voert ’t Leeuwerikenhof die schifting door. Joy legt uit: “Een eerste selectie gebeurt eigenlijk een beetje op het zicht. Paarden die er exterieurmatig echt niet op lijken, zullen al snel uit de boot vallen. Maar dat is geen strenge schifting. Pas als het er echt niet op trekt, zullen we hier al een grens trekken. De meeste blijven dus en maken we zelf zadelmak. Vervolgens lopen ze een paar parcours bij de vier- en vijfjarigen. Dan begint eigenlijk de echte selectieprocedure om het zo te noemen. Het is vaak zo dat we op zoek gaan naar de paarden die ons liggen. We blijven tenslotte amateurs, niemand hier heeft zin om met een paard te rijden dat hem of haar echt niet ligt. Dus daar gaan we een beetje naar op zoek. Iedereen probeert de jonge paarden uit en kan dan een voorkeur uitspreken. Als er dieren zijn waar niemand echt om staat te springen, waarmee niemand een klik heeft, dan zullen ze waarschijnlijk vertrekken. Dat betekent geenszins dat dat slechte paarden zouden zijn. De enige conclusie die je daaraan kan knopen is dat het geen paarden voor de familie Demuynck zijn,” schatert Joy. 

“Uiteindelijk is het de bedoeling dat de paarden kunnen doorgroeien. Dat lukt natuurlijk niet bij alle exemplaren, maar we proberen alle paarden toch een zo goed mogelijke opleiding te geven en daar hoort veel beweging en variatie in arbeid bij. Op die manier gaan de paarden toch het langst mee.”

Bron: 
Horseman.be - overname zonder schriftelijke toestemming niet toegestaan